Nieuws
Woensdag 19 mei 2010
Nieuwe waterzuiveringstechniek Rijnland leidt tot aanzienlijke kostenbesparing
Het hoogheemraadschap van Rijnland is het eerste waterschap in Nederland dat stikstof en fosfaat met één zandfilter uit afvalwater verwijdert. Het gebruik van zandfilters in het zuiveringsproces is niet nieuw, maar het gebruik van maar één filter om de twee stoffen gelijktijdig te verwijderen wel. Dit levert een aanzienlijke kostenbesparing op.

Afvalwaterzuiveringsinstallaties hebben de taak vervuilende stoffen zoals stikstof en fosfaat uit riool- en afvalwater te verwijderen. Het gezuiverde afvalwater wordt geloosd op oppervlaktewater, zoals sloten, meren en rivieren. Stikstof en fosfaat zijn belangrijke voedselbronnen voor (blauw)algen. Overmatige groei van deze algen leidt in de zomer geregeld tot zwemverboden. Hoe meer stikstof en fosfaat uit het afvalwater wordt verwijderd en dus hoe minder er in het geloosde water achterblijft, des te beter het is voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.

Tijdens het zuiveringsproces doorloopt afvalwater een aantal zuiveringsstappen. Om extra stikstof en fosfaat te verwijderen kan na de hoofdzuivering in een aanvullende stap het afvalwater worden gefiltreerd met zandfilters. Tot dusver werden voor extra vergaande verwijdering van stikstof en fosfaat twee afzonderlijke na elkaar geschakelde filters toegepast. Rijnland onderzocht de afgelopen twee jaar nieuwe technieken. Dit onderzoek leverde bijzonder goede resultaten op. Het heeft aangetoond dat verwijdering van beide stoffen tegelijkertijd in één zandfilter zeer goed mogelijk is. Hierdoor kan het aantal benodigde zandfilters worden gehalveerd.

De uitvoering van het onderzoek van het hoogheemraadschap van Rijnland vond plaats in samenwerking met advies- en ingenieursbureau Witteveen+Bos. Het gebruik van minder zandfilters levert het hoogheemraadschap een aanzienlijke kostenbesparing op. Alleen al op afvalwaterzuiveringsinstallatie Leiden Noord, waar Rijnland de nieuwe techniek direct in de praktijk heeft gebracht, wordt nu circa 3 miljoen euro bespaard. De onderzoeksresultaten zijn grotendeels direct vertaalbaar naar andere installaties in Nederland en Europa.
bron: Hoogheemraadschap van Rijnland
terug