AMSTERDAM - Afvalwater kan worden benut als bron voor grondstoffen en energie. In ontwikkelingslanden zou elke dag uit de uitwerpselen van een persoon genoeg stroom kunnen worden gewekt om een peertje te laten branden.
Dat heeft professor Jules van Lier gezegd in zijn intreerede aan de Technische Universiteit Delft.
Afvalwater wordt doorgaans gezien als een gevaarlijk restproduct dat wordt opgevangen in buizen en goten, aflopend naar ‘de afvalwaterput’. Met de nieuwste zuiveringstechnieken worden vooral schadelijke bestanddelen uit het water gehaald. ‘Maar goed beschouwd is afvalwater een mengstroom met waardevolle grondstoffen’, zegt Van Lier.
Afvalwaterzuiveringen zullen daarom op termijn veranderen in opwerkinstallaties die waterstromen produceren voor hergebruik. Daarvoor moet de industrie zijn waterkringloop volledig sluitend maken. Maar ook uit huishoudelijk afvalwater is grotendeels geschikt voor hergebruik.
Ontwikkelingslanden
Van Lier ziet vooral mogelijkheden voor ontwikkelingslanden. ‘Als je uitgaat van 50 procent terugwinning van de chemische energie, bedraagt het potentiële vermogen dat je kunt opwekken uit menselijke uitwerpselen 200 Wh per persoon per dag. In de slums van Afrika is dat de hele avond verlichting.’
In droge gebieden kan een gedecentraliseerde rioolwaterzuiveringsinstallatie ook grote waarde hebben voor landbouwirrigatie. ‘Een stad met 1 miljoen inwoners die een gemiddelde waterconsumptie hebben van 100 liter per dag, kan in principe 1500 tot 2000 hectare landbouwgrond bemesten en irrigeren. Op die manier worden voedingsstoffen uit het afvalwater nuttig gebruikt en fungeert de landbouwgrond ook nog eens als zandfilter om het water na te zuiveren.’
Een stad als Amman zou volgens Van Lier eigenlijk moeten kiezen voor decentrale zuiveringsstations (met anaërobe zuivering) die ook nog eens 5 tot 6 MW aan elektrisch vermogen opleveren. Dit vermogen kan dan worden gebruikt om bijvoorbeeld irrigatiepompen aan te drijven.
Van Lier: ‘Helaas heeft men in Amman gekozen voor een traditionele ‘Westerse’ installatie. Dit fenomeen zie je vaker in niet-westerse landen. Er is weinig aandacht voor mogelijke alternatieven die voor die gebieden vaak beter geschikt en robuuster zijn.’